Prietpraat

We zijn op een vrije dag alles aan het verplaatsen en opruimen in het lokaal. Maud die op het schoolplein aan het spelen is kijkt even door de ramen naar binnen om naar ons te zwaaien. Dan roept ze vervolgens: ‘Is soms de rommelpiet bij jullie langs geweest?!'

We zijn met een paar jongens in het speeltuintje bij het kompas aan het spelen. Op de achterkant van een glijbaan ontdekken ze dat er met graffiti wat schuttingtaal op is gekladderd. Helemaal onder de indruk vragen ze aan mij wie dat er op heeft geschilderd. Ik zeg ‘dat zijn vast stoere jongens geweest die zich verveelden'. Maar waarom doen ze dan zoiets, vragen de jongens zich hardop af. Vervolgens hebben we hier een gesprekje over, dat je nooit iets moet vernielen ook al doet iedereen hieraan mee, dat je altijd nee mag zeggen etc.
Even later lopen we terug naar school en roept Stan opeens geschokt uit; Oh nee, kom gauw, die stoere jongens zijn hier ook al geweest en ze hebben nu ook nog 'STOP' op de straat geschilderd! Terwijl hij verontwaardigd wijst naar de witte (verkeers)letters STOP die op de straat bij het kruispunt staan!

We zijn een middagje naar de kinderboerderij. Lars ontdekt in het schuurtje waar het voer voor de dieren ligt, een baal stro. Hij vraagt vervolgens aan mij: ’weet jij soms ook waarvoor al die ‘wol’ is?'
Daarna lopen we door naar de Lama’s. Ole en Britt kijken geboeid naar deze beesten. Dan zegt Britt ‘hebben die dieren soms kauwgom? Ik denk dat ze alle drie een heel klein stukje in hun mond hebben alleen moet je ze nu niet gaan aaien hoor, zegt ze waarschuwend tegen Ole, want ze hebben echte hamstertanden!'

'Kijk!' roept Lotte, terwijl ze parmantig haar zeepaardje laat zien. ‘Ik heb een zebra-paardje die onder water kan!'

De kinderen zijn vadertje en moedertje aan het spelen in de huishoek, opeens roept een van de meiden: 'Stilte in mijn huis, jullie zijn niet MIJN kinderen!'

Britt heeft bij de banken een hut gebouwd. Het ziet er heel gezellig uit. Ik zeg tegen haar: ‘Je mag ook nog wel een serviesje pakken voor in je huisje’. Ze staat op en ik zie haar vervolgens slepen met de vissenkom. Ik loop er snel naartoe, voordat ze het water over zich heen krijgt en vraag wat ze ermee wil doen. ’Maar je zei toch net zelf dat ik een ‘visje’ mocht pakken voor in mijn huisje?!‘ zegt ze verbaasd.

'Wat is dit eigenlijk?’ vraagt een kind terwijl hij een wit rond weekendfoodblockje van de vissen aanwijst die in de kast ligt. Dat is voor in het weekend voor de vissen anders hebben ze  geen... uhm... geen 'kauwgom?!' vult het kind vervolgens zelf in.

Op een middag lees ik uit het echte boek van Sinterklaas voor. De kinderen luisteren en kijken aandachtig mee naar de platen die bij de verhaaltjes staan. Dit zijn prachtige foto’s van de Sint en de zwarte pieten. Als we bij het verhaal komen over de slaapzaal van de zwarte pieten, staat er een foto bij van een aantal pieten die op hun stapelbedden zitten of liggen. Opeens zegt Eveline nadat ze de foto aandachtig bekeken heeft: ’Hebben de pieten het in bed eigenlijk niet warm met die zwarte handschoenen aan?!'



 

Beleid